Les 1: zie elke casus in een bredere context
Meer informatie
Les 7: werk met creativiteit en hoop binnen het systeem
Les 6: zorgvuldigheid is cruciaal
Les 5: werk vanuit je eigen kompas
Les 4: zoek de balans tussen nabijheid en professionele afstand
Les 3: omarm je twijfel
Les 2: gun iedereen zijn eigen blauwe plekken
Meer informatie:
Over mij
Over mij


Het maken van de juiste inschatting en overgaan tot actie is bij huiselijk geweld niet altijd makkelijk. Je hebt er professionele moed voor nodig. Om hierover met elkaar in gesprek te gaan ontwikkelde Movisie het Intervisiebord professionele moed en lef bij huiselijk geweld.
In gesprek over professionele moed

Op deze pagina van het Nederlands Jeugdinstituut lees je alles over reflecteren op je handelen: wat het is, waarom het belangrijk is en welke werkvormen je daarvoor kunt gebruiken.
Aan de slag met reflectie

Een breed consortium van onder andere universiteiten, hogescholen en praktijkorganisaties werkt samen in het ontwikkel- en onderzoeksprogramma Doen Wat Werkt. Dit programma richt zich op het ondersteunen van professionals in de specialistische jeugdzorg. Het doel is om leren op de werkvloer duurzaam te verankeren in de dagelijkse praktijk en een stevige implementatie-infrastructuur te creëren.
Doen Wat Werkt

In de praktijk
6 min.
Jessica Maas
Vorige pagina
Volgende pagina
7 waardevolle lessen uit de jeugdzorg
Eva*
‘Houvast bieden kan veel meer betekenen dan welk plan dan ook’
Nina:
Les 4: zoek de balans tussen nabijheid en professionele afstand

‘Ik heb echt geleerd dat het juist sterker is om kwetsbaar te zijn’
Nina:
In de jeugdbescherming zie ik een cultuur van “stoer zijn”. Je moet laten zien dat je het aankunt, dat je lef hebt. Maar ik heb echt geleerd dat het juist sterker is om kwetsbaar te durven zijn als hulpverlener. Bijvoorbeeld door eerlijk te zeggen: “Dit weet ik niet zeker,” of “Dit voelt niet goed voor mij”. Dat kan heel helpend zijn en dat doe ik nu veel eerder dan vroeger.
De meeste klachten van cliënten van de proeftuin gaan over de verbinding met de hulpverlener. Een telefoontje van: “Goh, dat gesprek zit me toch niet lekker”, kan dan een hoop ellende voorkomen. Maar in de praktijk zie je vaak een verharding optreden. Jeugdzorgprofessionals hebben vanwege alle kritiek in de media een dik harnas aan; we doen het eigenlijk nooit goed. En de gezinnen waar we komen, zijn ook vaak boos en zitten niet op ons te wachten. Als je daar dan ook nog met dat harnas binnenkomt is ‘verbinding maken en houden’ lastig.
Een veelgemaakte beginnersfout is contact leggen via mail in plaats van telefonisch of persoonlijk. Hier zie ik regelmatig miscommunicatie, onbegrip en contactverlies door ontstaan. Natuurlijk zijn er dingen die via mail kunnen, maar vaak kun je beter even bellen of langsgaan. Dan kun je horen en zien hoe de boodschap die je brengt binnenkomt, wat er leeft bij de ander en daar direct adequaat op reageren. Je laat zien dat mensen de moeite waard zijn en dat je wilt investeren in de verbinding met die ander. Ik denk vaak: wat zou ik zelf prettig vinden?’
Eva: ‘Toen ik als ambulant hulpverlener werkte, heb ik ervaren hoe belangrijk nabijheid is voor het opbouwen van vertrouwen. Maar ik leerde ook hoe lastig het kan zijn om de balans met professionele afstand te bewaren. Er zijn in mijn eerste jaar situaties geweest waarin ik te ver ging in mijn betrokkenheid, bijvoorbeeld bij een meisje dat ik begeleidde. Ik sprak haar vrijwel dagelijks en ze lag soms tegen mijn schouder om rustig te worden. Dat voelde toen als de juiste manier om haar te helpen, maar het maakt de grens tussen hulpverlener en vertrouwenspersoon wel diffuus. Toen ik na twee jaar wegging bij deze organisatie, voelde ik hoe lastig het is als iemand zo aan je gehecht raakt. Als hulpverlener blijf je niet voor altijd. Het is daarom goed om de band duidelijk te definiëren. Je bent geen vrienden van elkaar, maar je bent wel voor een periode in je leven verbonden. Dat is een les die veel hulpverleners in het begin leren, denk ik. Het gaat om het vinden van die juiste balans tussen afstand en nabijheid.’
Nina: ‘Toen ik teamleider werd van de proeftuin voor kind- en gezinsbescherming heb ik met een aantal oud-cliënten gesproken over mijn rol in hun leven. Dat heeft me bewust gemaakt van hoe belangrijk het is om persoonlijk en open te zijn, maar ik heb me ook gerealiseerd hoe ongelijk de hiërarchie in de jeugdbescherming altijd blijft. Dat heeft met de functionaliteit van onze rol te maken.
Les 3: omarm je twijfel
Eva: ‘Twijfel ben ik heel belangrijk gaan vinden in mijn werk. Twijfelen betekent niet dat je niet weet wat je moet doen, maar eerder dat je erkent dat je niet alle antwoorden hebt. Zeker in de jeugdzorg is elke situatie uniek. Als hulpverlener moet je open blijven staan voor alle mogelijkheden en nuances. Soms bespreken we iets met collega’s en dan merk ik hoe makkelijk het is om voor iemand anders te besluiten wat goed is. Maar wie ben ik om dat te doen? Twijfel zorgt ervoor dat je blijft afwegen en ruimte geeft aan het perspectief van de ander.’
Nina: ‘In mijn werk zag ik vaak hoe snel aannames en besluiten elkaar opvolgen, zeker in spoedsituaties. Maar ik heb geleerd dat je altijd opnieuw moet kijken: klopt wat we eerder besloten nog steeds? Wat gebeurt er als we niets doen of juist ingrijpen? Soms kun je beter even stilstaan en scenario’s uitwerken, dan direct een grote verandering forceren.
We denken vaak dat we dingen beter maken door actie, maar in de praktijk maken we situaties regelmatig erger. Door te twijfelen en kritisch naar alle opties te kijken, voorkom je dat je doorjaagt zonder na te denken. Twijfel is geen zwakte, het vergt moed. Het houdt je scherp en kritisch. Dat leidt tot betere beslissingen en meer empathie. Wij weten ook niet alles zeker.’
Nina: ‘Ik herinner me een meisje dat van groep naar groep ging, van loverboy naar drugsgebruikers. Alles in haar leven was chaos en gevuld met afwijzingen. Als professional denken we vaak in doelen en resultaten en ik dacht dat ik het voor haar moest oplossen. Op een dag besefte ik dat het enige wat ik kon doen, was: er voor haar zijn. Zodat ze wist dat als alles misging, ze mij kon bellen. Dat gaf haar houvast in een wereld vol onzekerheid. Die houvast kan veel meer betekenen dan welk plan dan ook.’
Eva: ‘Veel jongeren in de jeugdzorg voelen zich uitgerangeerd. Ze hebben vaak het idee dat ze niet meetellen, omdat er constant voor hen wordt besloten. Ik heb geleerd hoe belangrijk het is om jongeren zeggenschap te geven over hun eigen traject. Als je hen betrekt bij beslissingen, geef je ze de kans om te laten zien wat ze wél kunnen, ook als dat met vallen en opstaan gaat. Ze krijgen dan de kans om hun talenten te ontwikkelen, hoe klein die ook lijken. Dit is cruciaal voor hun gevoel van eigenwaarde.’
Les 2: gun iedereen zijn eigen blauwe plekken
Les 1: zie elke casus in een bredere context
Eva: ‘In de hulpverlening proberen we vaak te voorkomen dat mensen vallen. Maar leren om zelf weer op te staan, is veel belangrijker. Dat heb ik echt geleerd in mijn beginjaren als ambulant begeleider. Ik was toen niet veel ouder dan veel jongeren die ik begeleidde.
Als je mensen continu behoedt voor valpartijen, wordt de eerste echte val een catastrofe. Maar als ze leren dat ze zelf kunnen opstaan, bouwen ze veerkracht op. Jongeren moeten de ruimte krijgen om hun blauwe plekken op te lopen, hoe pijnlijk die ook kunnen zijn. Ze hebben het recht om hun eigen fouten te maken.’
Nina: ‘Toen ik in de jeugdzorg begon, keek ik vooral naar het kind en de directe situatie. Pas later leerde ik de bredere context mee te nemen: wat speelt er in het gezin? Welke patronen herhalen zich over generaties heen? Een scholing over echtscheidingstrauma's opende mijn ogen echt. Daar werd een organogram gebruikt en toen begreep ik hoe mensen in conflicten verstrikt raken. Dat “ontschuldigende perspectief” heeft mijn werk veranderd. Ik zie ouders niet meer als “de oorzaak”, maar als mensen met een eigen verhaal. Dat maakt het makkelijker om samen naar oplossingen te zoeken.’
Eva: ‘Mensen komen vaak bij een jeugdconsulent met een heel specifieke vraag, bijvoorbeeld: “Mijn kind moet diagnostiek krijgen.” Maar als je dan doorpraat, hoor je dat het niet alleen om het kind gaat, maar om het hele systeem eromheen. Stress bij ouders, spanningen in het gezin, financiële problemen - dat alles werkt door. En dan moet je de schaakstukken in het hele gezin anders neerzetten om de situatie te veranderen. Dat besef heeft mijn manier van werken enorm beïnvloed.’
Nina Boersma
De ervaren jeugdzorgprofessionals Nina en Eva hebben - in verschillende functies - vaak voor lastige keuzes gestaan en veel geleerd van de kinderen, jongeren en gezinnen die ze hebben bijgestaan. Ze delen hier hun belangrijkste lessen.




‘Elke situatie is uniek. Als hulpverlener moet je open blijven staan voor alle mogelijkheden en nuances’
Eva:
Les 7: werk met creativiteit en hoop binnen het systeem

‘Ik geloof dat er altijd ruimte is voor verbetering, ook binnen de beperkingen van het systeem’
Eva:
Eva: ‘Ik ben ook kritisch op het jeugdzorgsysteem. Het werkt met hokjes en regels die vaak niet aansluiten bij de behoeften van de mensen die we proberen te helpen. Toch geloof ik dat er altijd ruimte is voor verbetering, ook binnen de beperkingen van het systeem. In mijn werk probeer ik bruggen te bouwen tussen verschillende disciplines en domeinen, zoals de jeugdzorg en de Wmo. Het is essentieel dat we samenwerken en leren van elkaar. Dat betekent ook dat je soms tegen muren aanloopt. Maar je kunt niet opgeven. De houding van hoop - dat er altijd kleine stappen mogelijk zijn - is voor mij essentieel in dit werk.’
Nina: ‘Het voelt alsof we met alle systemen, regels en protocollen een soort machines hebben gecreëerd – de jeugdzorgmachine, de onderwijsmachine, de GGZ-machine. Hierdoor lijken de gebruiksaanwijzingen van deze machines steeds meer leidend te worden en staan de gezinnen en kinderen waarvoor ze bedoeld zijn steeds minder centraal. En dat is frustrerend, want je wilt juist loskomen uit die systeemwereld en vanuit de leefwereld op zoek naar hulpbronnen en mogelijkheden die aansluiten bij de mens en diens unieke context.’
Les 6: zorgvuldigheid is cruciaal
Eva: ‘De zorgvuldigheid waarmee we in een team afwegingen maken, is cruciaal. Samen met collega’s en gezinnen neem ik de tijd om situaties zorgvuldig te analyseren en te overwegen. Het gaat om echt luisteren, openstaan voor verschillende perspectieven, voor twijfel. Alleen zo kun je recht doen aan de complexiteit van de situaties waarmee je te maken hebt. Ik krijg in mijn werk zoveel verschillende verhalen te horen, ik ben steeds meer gaan beseffen dat mijn eigen normaal echt alleen maar van mij is. Het is goed om je daar als hulpverlener bewust van te zijn, en zonder oordeel te blijven.’
Nina: ‘Ik heb geleerd dat het heel belangrijk is om tijd te nemen voor afwegingen. En betrek de mensen en hun eigen netwerk. Wat we beslissen, raakt mensen diep. Organiseer altijd kritische tegenspraak, dat is een voorwaarde in dit werk.’
Les 5: werk vanuit je eigen kompas
‘Ik ben geen instrument van een organisatie. Dat besef heeft mijn hele manier van werken veranderd’
Nina:
Eva: ‘Ik geef mijn begeleiding altijd vorm vanuit mezelf, vanuit de waarden en overtuigingen die ik op dat moment heb. Dat is ook wie ik ben. Ik geloof niet zo in alleen vanuit boeken werken, het gaat toch om hoe je het toepast en wie jij zelf bent als hulpverlener.’
Nina: ‘Ik zou een keer ondersteunen bij een uithuisplaatsing. Ik moest een huis in, terwijl alles in mij zei: dit klopt niet. Ik besloot toen dat ik dat nooit meer zou doen. Als ik iets niet volledig begrijp en ondersteun waarom het moet gebeuren, dan doe ik het niet meer. Ik heb daarna geleerd om mijn eigen kompas leidend te maken, zelfs als dat schuurt met de verwachtingen van anderen of de regels van de organisatie. Ik ben geen instrument van een organisatie. Dat besef heeft mijn hele manier van werken veranderd.’
Deel dit artikel:
Het maken van de juiste inschatting en overgaan tot actie is bij huiselijk geweld niet altijd makkelijk. Je hebt er professionele moed voor nodig. Om hierover met elkaar in gesprek te gaan ontwikkelde Movisie het Intervisiebord professionele moed en lef bij huiselijk geweld.
In gesprek over professionele moed

Op deze pagina van het Nederlands Jeugdinstituut lees je alles over reflecteren op je handelen: wat het is, waarom het belangrijk is en welke werkvormen je daarvoor kunt gebruiken.
Aan de slag met reflectie

Vorige pagina
Volgende pagina
Een breed consortium van onder andere universiteiten, hogescholen en praktijkorganisaties werkt samen in het ontwikkel- en onderzoeksprogramma Doen Wat Werkt. Dit programma richt zich op het ondersteunen van professionals in de specialistische jeugdzorg. Het doel is om leren op de werkvloer duurzaam te verankeren in de dagelijkse praktijk en een stevige implementatie-infrastructuur te creëren.
Doen Wat Werkt


Meer informatie:
Eva: ‘Ik ben ook kritisch op het jeugdzorgsysteem. Het werkt met hokjes en regels die vaak niet aansluiten bij de behoeften van de mensen die we proberen te helpen. Toch geloof ik dat er altijd ruimte is voor verbetering, ook binnen de beperkingen van het systeem. In mijn werk probeer ik bruggen te bouwen tussen verschillende disciplines en domeinen, zoals de jeugdzorg en de Wmo. Het is essentieel dat we samenwerken en leren van elkaar. Dat betekent ook dat je soms tegen muren aanloopt. Maar je kunt niet opgeven. De houding van hoop - dat er altijd kleine stappen mogelijk zijn - is voor mij essentieel in dit werk.’
Nina: ‘Het voelt alsof we met alle systemen, regels en protocollen een soort machines hebben gecreëerd – de jeugdzorgmachine, de onderwijsmachine, de GGZ-machine. Hierdoor lijken de gebruiksaanwijzingen van deze machines steeds meer leidend te worden en staan de gezinnen en kinderen waarvoor ze bedoeld zijn steeds minder centraal. En dat is frustrerend, want je wilt juist loskomen uit die systeemwereld en vanuit de leefwereld op zoek naar hulpbronnen en mogelijkheden die aansluiten bij de mens en diens unieke context.’
Les 7: werk met creativiteit en hoop binnen het systeem
‘Ik ben geen instrument van een organisatie. Dat besef heeft mijn hele manier van werken veranderd’
Nina:
‘Ik geloof dat er altijd ruimte is voor verbetering, ook binnen de beperkingen van het systeem’
Eva:
Eva: ‘De zorgvuldigheid waarmee we in een team afwegingen maken, is cruciaal. Samen met collega’s en gezinnen neem ik de tijd om situaties zorgvuldig te analyseren en te overwegen. Het gaat om echt luisteren, openstaan voor verschillende perspectieven, voor twijfel. Alleen zo kun je recht doen aan de complexiteit van de situaties waarmee je te maken hebt. Ik krijg in mijn werk zoveel verschillende verhalen te horen, ik ben steeds meer gaan beseffen dat mijn eigen normaal echt alleen maar van mij is. Het is goed om je daar als hulpverlener bewust van te zijn, en zonder oordeel te blijven.’
Nina: ‘Ik heb geleerd dat het heel belangrijk is om tijd te nemen voor afwegingen. En betrek de mensen en hun eigen netwerk. Wat we beslissen, raakt mensen diep. Organiseer altijd kritische tegenspraak, dat is een voorwaarde in dit werk.’
Les 6: zorgvuldigheid is cruciaal
Eva: ‘Ik geef mijn begeleiding altijd vorm vanuit mezelf, vanuit de waarden en overtuigingen die ik op dat moment heb. Dat is ook wie ik ben. Ik geloof niet zo in alleen vanuit boeken werken, het gaat toch om hoe je het toepast en wie jij zelf bent als hulpverlener.’
Nina: ‘Ik zou een keer ondersteunen bij een uithuisplaatsing. Ik moest een huis in, terwijl alles in mij zei: dit klopt niet. Ik besloot toen dat ik dat nooit meer zou doen. Als ik iets niet volledig begrijp en ondersteun waarom het moet gebeuren, dan doe ik het niet meer. Ik heb daarna geleerd om mijn eigen kompas leidend te maken, zelfs als dat schuurt met de verwachtingen van anderen of de regels van de organisatie. Ik ben geen instrument van een organisatie. Dat besef heeft mijn hele manier van werken veranderd.’

Les 5: werk vanuit je eigen kompas
In de jeugdbescherming zie ik een cultuur van “stoer zijn”. Je moet laten zien dat je het aankunt, dat je lef hebt. Maar ik heb echt geleerd dat het juist sterker is om kwetsbaar te durven zijn als hulpverlener. Bijvoorbeeld door eerlijk te zeggen: “Dit weet ik niet zeker,” of “Dit voelt niet goed voor mij”. Dat kan heel helpend zijn en dat doe ik nu veel eerder dan vroeger.
De meeste klachten van cliënten van de proeftuin gaan over de verbinding met de hulpverlener. Een telefoontje van: “Goh, dat gesprek zit me toch niet lekker”, kan dan een hoop ellende voorkomen. Maar in de praktijk zie je vaak een verharding optreden. Jeugdzorgprofessionals hebben vanwege alle kritiek in de media een dik harnas aan; we doen het eigenlijk nooit goed. En de gezinnen waar we komen, zijn ook vaak boos en zitten niet op ons te wachten. Als je daar dan ook nog met dat harnas binnenkomt is ‘verbinding maken en houden’ lastig.
Een veelgemaakte beginnersfout is contact leggen via mail in plaats van telefonisch of persoonlijk. Hier zie ik regelmatig miscommunicatie, onbegrip en contactverlies door ontstaan. Natuurlijk zijn er dingen die via mail kunnen, maar vaak kun je beter even bellen of langsgaan. Dan kun je horen en zien hoe de boodschap die je brengt binnenkomt, wat er leeft bij de ander en daar direct adequaat op reageren. Je laat zien dat mensen de moeite waard zijn en dat je wilt investeren in de verbinding met die ander. Ik denk vaak: wat zou ik zelf prettig vinden?’
‘Ik heb echt geleerd dat het juist sterker is om kwetsbaar te zijn’
Nina:
Eva: ‘Toen ik als ambulant hulpverlener werkte, heb ik ervaren hoe belangrijk nabijheid is voor het opbouwen van vertrouwen. Maar ik leerde ook hoe lastig het kan zijn om de balans met professionele afstand te bewaren. Er zijn in mijn eerste jaar situaties geweest waarin ik te ver ging in mijn betrokkenheid, bijvoorbeeld bij een meisje dat ik begeleidde. Ik sprak haar vrijwel dagelijks en ze lag soms tegen mijn schouder om rustig te worden. Dat voelde toen als de juiste manier om haar te helpen, maar het maakt de grens tussen hulpverlener en vertrouwenspersoon wel diffuus. Toen ik na twee jaar wegging bij deze organisatie, voelde ik hoe lastig het is als iemand zo aan je gehecht raakt. Als hulpverlener blijf je niet voor altijd. Het is daarom goed om de band duidelijk te definiëren. Je bent geen vrienden van elkaar, maar je bent wel voor een periode in je leven verbonden. Dat is een les die veel hulpverleners in het begin leren, denk ik. Het gaat om het vinden van die juiste balans tussen afstand en nabijheid.’
Nina: ‘Toen ik teamleider werd van de proeftuin voor kind- en gezinsbescherming heb ik met een aantal oud-cliënten gesproken over mijn rol in hun leven. Dat heeft me bewust gemaakt van hoe belangrijk het is om persoonlijk en open te zijn, maar ik heb me ook gerealiseerd hoe ongelijk de hiërarchie in de jeugdbescherming altijd blijft. Dat heeft met de functionaliteit van onze rol te maken.

Les 4: zoek de balans tussen nabijheid en professionele afstand
Eva: ‘Twijfel ben ik heel belangrijk gaan vinden in mijn werk. Twijfelen betekent niet dat je niet weet wat je moet doen, maar eerder dat je erkent dat je niet alle antwoorden hebt. Zeker in de jeugdzorg is elke situatie uniek. Als hulpverlener moet je open blijven staan voor alle mogelijkheden en nuances. Soms bespreken we iets met collega’s en dan merk ik hoe makkelijk het is om voor iemand anders te besluiten wat goed is. Maar wie ben ik om dat te doen? Twijfel zorgt ervoor dat je blijft afwegen en ruimte geeft aan het perspectief van de ander.’
‘Elke situatie is uniek. Als hulpverlener moet je open blijven staan voor alle mogelijkheden en nuances’
Eva:
Nina: ‘In mijn werk zag ik vaak hoe snel aannames en besluiten elkaar opvolgen, zeker in spoedsituaties. Maar ik heb geleerd dat je altijd opnieuw moet kijken: klopt wat we eerder besloten nog steeds? Wat gebeurt er als we niets doen of juist ingrijpen? Soms kun je beter even stilstaan en scenario’s uitwerken, dan direct een grote verandering forceren.
We denken vaak dat we dingen beter maken door actie, maar in de praktijk maken we situaties regelmatig erger. Door te twijfelen en kritisch naar alle opties te kijken, voorkom je dat je doorjaagt zonder na te denken. Twijfel is geen zwakte, het vergt moed. Het houdt je scherp en kritisch. Dat leidt tot betere beslissingen en meer empathie. Wij weten ook niet alles zeker.’
Les 3: omarm je twijfel
‘Houvast bieden kan veel meer betekenen dan welk plan dan ook’
Nina:
Nina: ‘Ik herinner me een meisje dat van groep naar groep ging, van loverboy naar drugsgebruikers. Alles in haar leven was chaos en gevuld met afwijzingen. Als professional denken we vaak in doelen en resultaten en ik dacht dat ik het voor haar moest oplossen. Op een dag besefte ik dat het enige wat ik kon doen, was: er voor haar zijn. Zodat ze wist dat als alles misging, ze mij kon bellen. Dat gaf haar houvast in een wereld vol onzekerheid. Die houvast kan veel meer betekenen dan welk plan dan ook.’
Eva: ‘Veel jongeren in de jeugdzorg voelen zich uitgerangeerd. Ze hebben vaak het idee dat ze niet meetellen, omdat er constant voor hen wordt besloten. Ik heb geleerd hoe belangrijk het is om jongeren zeggenschap te geven over hun eigen traject. Als je hen betrekt bij beslissingen, geef je ze de kans om te laten zien wat ze wél kunnen, ook als dat met vallen en opstaan gaat. Ze krijgen dan de kans om hun talenten te ontwikkelen, hoe klein die ook lijken. Dit is cruciaal voor hun gevoel van eigenwaarde.’
Les 2: gun iedereen zijn eigen blauwe plekken
Eva: ‘In de hulpverlening proberen we vaak te voorkomen dat mensen vallen. Maar leren om zelf weer op te staan, is veel belangrijker. Dat heb ik echt geleerd in mijn beginjaren als ambulant begeleider. Ik was toen niet veel ouder dan veel jongeren die ik begeleidde.
Als je mensen continu behoedt voor valpartijen, wordt de eerste echte val een catastrofe. Maar als ze leren dat ze zelf kunnen opstaan, bouwen ze veerkracht op. Jongeren moeten de ruimte krijgen om hun blauwe plekken op te lopen, hoe pijnlijk die ook kunnen zijn. Ze hebben het recht om hun eigen fouten te maken.’

Over mij
Over mij
Nina: ‘Toen ik in de jeugdzorg begon, keek ik vooral naar het kind en de directe situatie. Pas later leerde ik de bredere context mee te nemen: wat speelt er in het gezin? Welke patronen herhalen zich over generaties heen? Een scholing over echtscheidingstrauma's opende mijn ogen echt. Daar werd een organogram gebruikt en toen begreep ik hoe mensen in conflicten verstrikt raken. Dat “ontschuldigende perspectief” heeft mijn werk veranderd. Ik zie ouders niet meer als “de oorzaak”, maar als mensen met een eigen verhaal. Dat maakt het makkelijker om samen naar oplossingen te zoeken.’
Eva: ‘Mensen komen vaak bij een jeugdconsulent met een heel specifieke vraag, bijvoorbeeld: “Mijn kind moet diagnostiek krijgen.” Maar als je dan doorpraat, hoor je dat het niet alleen om het kind gaat, maar om het hele systeem eromheen. Stress bij ouders, spanningen in het gezin, financiële problemen - dat alles werkt door. En dan moet je de schaakstukken in het hele gezin anders neerzetten om de situatie te veranderen. Dat besef heeft mijn manier van werken enorm beïnvloed.’
Les 1: zie elke casus in een bredere context
Nina Boersma
Eva*
In de praktijk
6 min.
Jessica Maas
De ervaren jeugdzorgprofessionals Nina en Eva hebben - in verschillende functies - vaak voor lastige keuzes gestaan en veel geleerd van de kinderen, jongeren en gezinnen die ze hebben bijgestaan. Ze delen hier hun belangrijkste lessen.
7 waardevolle lessen uit de jeugdzorg



